ZORGZAAM | Zorgen om de zorg #1

De ene hiel tegen de tenen van de andere voet. Zo volgde ik het patroon van de linoleum vloer. De kleuren vind ik intens lelijk, daar in de kelder van de universiteit. Eén hand in mijn haar, de andere klemt de telefoon tegen mijn oor. Ik hoorde de woorden die de arts tegen me sprak. Ik sprak terug, maar het was geen gesprek.

“Dankuwel … Ja, dàààg!” Als perfecte patiënt zeg ik de arts gedag. Direct probeer ik iemand anders te bellen. Geen gehoor. De volgende in de lijst. Na twee zinnen voel ik de tranen over mijn wangen en de rauwe zinnen uit mijn mond rollen. Ik ben niet langer patiënt; ik ben weer een mens met een patiënten-bestaan.

“Ik heb niet meer de kracht om voor mezelf te vechten.” De woorden klinken verlamd, alsof het alcohol percentage in mijn bloed te hoog is. Ze klinken alsof ze niet van mij zijn. “Je hoeft alleen maar te bellen, op gesprekken te komen, alles te controleren en je verhaal iedere keer opnieuw te vertellen,” denk ik. “En bovendien kost dat gemiddeld per week ook maar een paar uur!”

De verwijsbrief die kwijt was, was niet kwijt. Vier of vijf medewerkers van het ziekenhuis konden ‘m niet vinden. Zat gewoon al in mijn dossier. Was zelfs al naar gekeken, bleek later. Heb ik daarvoor beide ziekenhuis meermaals gebeld en meer dan driekwartier in de wacht gestaan zonder gehoor te krijgen?

Het voordeel van –door het ziek zijn– parttime studeren in het gebouw naast het ziekenhuis is toch wel dat ik naar de poli kan lopen. Voor de tiende keer vertelde ik het verhaal, om uiteindelijk een belafspraak te krijgen. Dat telefoongesprek-wat-geen-gesprek-was in de kelder van de uni.

Ik zou doorverwezen naar een specialist. Dat blijkt achteraf niet te kunnen. De verwijsbrief die daarvoor is gestuurd, is voor kennisgeving aangenomen en in mijn overvolle dossier verdwenen. Niemand besloot mij daarvan op de hoogte te stellen; ach, zo’n patiënt wacht toch niet op een oproep voor de afspraak toch? Wat kan haar het schelen dat ze zich niet goed voelt?

Het telefoongesprek met de arts was grote gratie; en dan nog wel direct de dag erna! Alsof ze even beseften dat ze met mensen van doen hebben in zo’n ziekenhuis. In het telefoongesprek-wat-geen-gesprek-was ontdek ik dat de verstuurde verwijsbrief incompleet was. De perfecte patiënt voelt begrip: vanzelfsprekend is er geen afspraak gemaakt bij die specialist. Het mens in mij voelt frustratie: kan niemand hier zijn werk goed uitvoeren?!

Terwijl ik huilend op een tafel zit in de kelder van de universiteit, overvalt me een gevoel van verdriet. In de eerste plaats omdat ik me niet gehoord voel. Oké, op één moment na: toen ik vertelde over de fietstest waarbij ik halfnaakt als zomerse kerstboom elke paar minuten slagaderlijk bloed liet afnemen terwijl ik moest fietsen tot mijn aller- alleruiterste. De arts erkende dat dit zwaar moest zijn geweest. Ik klamp me vast aan die uitspraak. De reactie “Dat zullen we dan wel zien in uw bloedwaarde,” op mijn opmerking dat ik me echt niet goed voelde, probeer ik te vergeten.

In de tweede plaats voel ik verdriet omdat ik zo verdrietig ben. De zorg in Nederland is goed; waarom klaag je? Al die artsen doen hun best en laten steken vallen omdat ze ook gewoon mens zijn. Verdriet omdat ik blijkbaar behalve kalme, begripvolle patiënt ook mens ben. Mens van vlees en bloed. Een mens wat gezien wil worden.

Uiteindelijk vertrek ik uit die kelder. Richting mijn ‘adoptie-oma’ om haar te feliciteren met haar 93e verjaardag. Elke honderd meter huil ik een beetje. Met elke traan die over mijn wang loopt, slijt het verdriet een beetje meer. Met iedere stap voel ik me zowel zwakker als daadkrachtiger.

Ik maak me zorgen om de zorg.

Dit is het eerste verhaal in de serie ‘zorgen om de zorg’ waarin ik vertel over mijn ervaringen met artsen, onderzoeken en ziekenhuizen. Zoals ik al aangeef, is de zorg in Nederland goed. In de afgelopen jaren is ook veel goed gegaan, maar ook heel veel mis. Na al die (onbedoelde) missers ervaarde ik wanhoop en moedeloosheid. Inmiddels weet ik dat juist hieruit hoop en moed kunnen groeien. Hoewel ik nog niet weet hoe, hoop ik ooit mijn ervaringen en bezorgdheid in te kunnen zetten om de zorg nog verder te verbeteren.

Deel dit op social media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *