BEDACHTZAAM | Weet ik niet beter? Of ben ik een aansteller?

Vandaag deel ik iets wat ik eng vind om te delen. Het geeft me het gevoel de ultieme aansteller te zijn. En juist daarom schrijf ik het op. Ja, deze blog zit vol met zulke tegenstellingen. Vandaag gaan we terug naar mijn kindertijd: ben ik gewend geraakt aan de pijn? Voelt iedereen zich niet gewoon altijd zo (a.k.a. ben ik de slappeling)?

“Ik ben niet gek”

De foto die je ziet, is haast 20 jaar oud. En deze foto kenmerkt mijn kindertijd: oorontstekingen. Die had ik vrijwel altijd, en daarvoor thuisblijven was dus absoluut geen optie. Ook kan ik mezelf niet anders herinneren dan met momenten dat opeens alle energie uit mijn lichaam verdween. Als ik liep, moest ik op zulke momenten vechten om te blijven lopen. Als ik zat, moest ik vechten om niet te gaan liggen. Ik struikelde, viel, kwam niet uit mijn woorden en werd vaak chagrijnig. Oh, en mijn lichaam deed vaak pijn, zeker vanaf het moment dat ik in de puberteit kwam.

Tijdens de onderzoeken naar CF (cystic fibrosis; taaislijmziekte) werd er een ‘fietstest’ gedaan. Het kwam erop neer dat ik als zomerse kerstboom met allerlei toeters en bellen aan mijn lichaam moest fietsen. ‘Tot het gaatje,’ en bij voorkeur verder. Uit deze en andere testen bleek dat ik geen CF had. Pfieuw! Wel bleek uit die test dat mijn spieren relatief vroeg in het inspanningsproces verzuurden. Hoewel de arts niet wist hoe dit kwam en of er iets mee gedaan kon worden, was dit voor mij haast een opluchting: “Ik ben niet gek, en ook geen slappeling.”

Dit voelt iedereen, toch?

Want dat is wat ik denk sinds ik denken kan. Dat klinkt zwaar, maar ik zal het proberen uit te leggen. Terugkijkend ben ik misschien gewoon gewend geraakt aan de pijn en momenten dat mijn energie verdween. Ik heb altijd gedacht dat iedereen dit voelde. Iedereen klaagde weleens over vermoeidheid of pijn. Mijn conclusie was daarom ook: “Stel je niet zo aan, je moet meer doorzetten.” Ik dacht dat het enige verschil tussen mij en anderen mijn mindset was, al had ik nog nooit van dat woord gehoord. Ik was de slappeling, de onhandige olifant, de aansteller.

Daar kwam nog bij dat ik als peuter, kind en puber heel prikkelbaar was. Ik kon heel erg boos worden en daar erg in blijven hangen. In groep 3 ontdekte ik welke impact dit had op mijn omgeving -ik herinner me die situatie als de dag van gister- en vanaf dat moment nam ik mezelf die woede heel erg kwalijk. Ik heb dit heel lang niet begrepen en heb me er enorm lang voor geschaamd (dit doe ik eigenlijk nog). Totdat tot me doordrong dat deze momenten samenvielen met momenten dat mijn energie verdween. En met momenten dat ik volledig overprikkeld was. Ook zo’n woord wat toen nog niet bekend was.

Om eerlijk te zijn, denk ik nog steeds dat iedereen zo vecht tegen zijn of haar lichaam. Als ik langs een bouwplaats fiets, is mijn eerste gedachte: “Wat een sterke mensen, die tillen al die dingen ondanks wat ze voelen. Echte doorzetters.” Het is vreemd om langzaam in te zien dat mijn beeld van de wereld misschien niet klopt. Soms vergeet ik het weer en moet ik het aan mensen vragen. Ik denk dat het nog wel wat tijd zal kosten voordat ik al deze gedachten een beetje geordend heb.

De aansteller

Hoe het kan dat dit ‘opeens’ is geëscaleerd, in de winter van 2017/2018? Dat mijn gezondheid vanaf toen opeens bergafwaarts ging? Hierover denk ik twee dingen: 1) veel klachten waren er eerder al, maar in minder grote/belemmerende mate en 2) het escaleerde omdat ik een drempelwaarde overschreed.

Het is een hypothese, een aanname, en wellicht denk ik er over een maand weer anders over. Met de informatie die ik nu heb, klinkt het logisch in mijn oren. Dat is voor mij nu voldoende.

Ik vind het nog steeds eng om te zeggen dat dit ‘niet gezond zijn’ misschien al wel heel lang, of zelfs mijn hele leven, speelt. Opnieuw voel ik me de aansteller, de aandachtstrekker. Ik ben nóg steeds bang dat ik het mezelf aanpraat en moedwillig in een slachtofferrol kruip. Tegelijkertijd weet ik dat mezelf niet help met dit oordeel. Ik wéét dat ik hard genoeg vecht en heb gevochten. Het is juist mijn wilskracht die me laat geloven dat ik te weinig wilskracht heb. Zodat ik maar door bleef (en soms nog) blijf doorgaan.

Had ik het kunnen voorkomen?

Als deel 2 van mijn hypothese waar is, had ik het misschien kunnen voorkomen. Toch? Als ik altijd onder die drempelwaarde had gebleven, dan… Wellicht. Misschien ook niet. Ik zal het nooit weten. Ik heb gehandeld met de kennis die ik in die tijd had (namelijk: iedereen voelt dit, je moet er gewoon doorheen). Meer had ik niet en als ik het opnieuw zou doen, zou ik ook niet meer kennis hebben. Zo makkelijk is het.

“Als je nu onder die drempelwaarde blijft, word je dan weer gezond?” Pfff, ik heb geen idee. De vraag is natuurlijk of mijn lichaam in eerste instantie überhaupt gezond was. (Overigens, ik hoef geen antwoord op die vraag. Daarover zo meer.) Het zou fijn zijn. Ik denk dat ik nu onder die drempelwaarde leef, want ik belast mijn lichaam veel minder. Toch voel ik me slechter dan voorheen (ook moeilijk om toe te geven, klinkt zo zeikerig…). Maar dat zegt niets over de toekomst. Wie weet heeft het gewoon wat meer tijd nodig!

De toekomst is de toekomst

Eigenlijk maakt het antwoord me dus weinig uit. Ik kan niet in de toekomst kijken en houd dat graag zo. Ja, het zou lekker zijn als mijn lichaam gezonder zou aanvoelen. En ik ga zeker naar de arts waar ik naar ben doorverwezen. Hij is gespecialiseerd in ‘metabole aandoeningen’ zoals dat heet. Wie weet worden we wat wijzer. Wie weet niet. Dan is het ook goed. Ik ben niet meer, zoals eerder, gebrand op een diagnose en ‘beter’ worden.

Dit is wat het is. Inclusief pijn, onzekerheid en ongemak. Daar doe ik het mee. Inderdaad, daar doe ik het gewoon mee: ik doe niet meer maar ook zeker niet minder dan mijn lichaam kan. Ik heb ontdekt hoe bevrijdend het is om dat oké te vinden. Ik ‘doe’ minder dan voorheen, maar wat ik doe, heeft zoveel meer waarde dan voorheen. Het maakt me niet beter, maar het is wel beter voor mezelf.

Herken jij je in het bang zijn om een aansteller te zijn? En als je ook ‘niet gezond’ bent zonder dat goed uit te kunnen leggen (lees: een label of diagnose), hoe ga je dan om met die onzekerheid?

Foto: gemaakt door papa. Je ziet mij en mijn zus. Ik was hier 2 jaar oud. We waren op vakantie in Frankrijk.

Deel dit op social media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *