BEDACHTZAAM | Bang voor het donker

Ik lig in bed, het is donker buiten maar binnen brandt nog licht. Ik kijk op de wekker en zie aan de tijd dat ik beter kan gaan slapen. Ik pak mijn boek en lees. Langzaam tikken de minuten weg en met de seconde wordt de tweestrijd groter: slapen of wakker blijven? Donker of licht?

Ik zucht en stap uit bed. Nog even naar de wc voordat ik in slaap kan vallen. Daarna doe ik écht het licht uit. In een mum van tijd lig ik weer in bed; met het licht nog aan.

Het is inmiddels de vierde avond op rij dat ik het uitknippen van mijn licht uitstel. Ik weet maar al te goed wat er aan de hand is:

Ik ben bang voor het donker.

Daar lig ik dan. Ik zou volwassen moeten zijn. Het donker is basaal en de angst ervoor haast naïef.

Weer kijk ik op mijn klok; het is te laat.

De weerstand die ik voel, is niet nieuw voor me. Met het bedienen van de schakelaar zet ik een oude bekende aan.

Ik knip het licht uit. Ik knipper met mijn ogen. Donker. Ik knijp mijn ogen dicht. Ik doe alsof het licht nog brandt buiten mijn bed. Tevergeefs.

Terwijl ik probeer te slapen, worden de gedachten wakker. Paradoxaal genoeg maken ze me niet bang. Alleen de gedachte aan de gedachten boezemt me angst in.

Het zijn de gedachten van de nacht. De zinnen die donkerder klinken dan wanneer de goudgele gloed van de zon door mijn ramen gluurt.

Hoe harder ik ze probeer te verbannen uit het donker, hoe zwaarder ze worden.

Uiteindelijk zet ik de schakelaar om. De lamp is weer aan. Mijn ogen sluit ik en terwijl ik langzaam wegzak, houd ik de gedachten lichtjes vast. Ze gaan steeds trager. Langzaam verandert het zwart in vaalzwart, wat vervolgens zilver kleurt.

Het zilver schittert, in het licht van mijn zachte greep.

Bijna zak ik weg, maar in mijn laatste minuut bewustzijn verruil ik licht voor donker.

Met zachte gedachten is de gedachte aan de gedachten niet machtig meer.

Als ik ’s ochtends wakker word, weet ik dit: misschien ben ik vanavond weer bang voor het donker. En misschien niet. Deze metgezel verblijft immers maar af en toe bij me. Soms een dag, soms een paar dagen, maximaal een week. Dan gaat ‘ie weer. Het is immers een bezoeker. Geen bewoner.

Is dit herkenbaar voor jou?

PS. Inmiddels is dit gevoel weer verdwenen, en knip ik zonder problemen mijn lichten uit 😉

Deel dit op social media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *